Kom op vrouwen, ons werk is nog niet gedaan

Door Alissa van den Berg | 12 november 2020

Gelijkheid voor mannen en vrouwen wordt tegenwoordig niet meer zo gezien als een issue. Mensen vragen zich af of het nog wel nodig is. Of onze kansen en rechten niet allang gelijk zijn. Of het glazen plafond niet inmiddels een begrip is uit de oude doos. Ja, erover kletsen kunnen we als geen ander. Maar zijn we er ondertussen nou al?

Zet je zestien vrouwen bij elkaar uit compleet verschillende werelden (zowel privé als professioneel) en gooi je ze deze ‘stellingen’ voor de voeten, dan beginnen de wangen te gloeien. Iedere vrouw ervaart nog dagelijks hoe ongelijk die verhoudingen tussen man en vrouw nog zijn. Zeker op de werkvloer. En dat gaat van pietluttigheden als aangekeken worden op je ‘jeugdige kledingkeuze’ tot regelrechte decolloteestaarderij en een beledigend lager loon voor hetzelfde werk als je mannelijke collega, vanwege het simpele feit dat je fysiek in staat bent om te baren.  

Dit is precies waar we het over willen hebben tijdens de eerste thema-avond, georganiseerd door Bureau de werkvloer (Laura Faber, Sanne Terlouw en Alissa van den Berg). In de garage van Sanne (ter grootte van een ruime rechthoekige Volvo, die Sanne iedere dag met minutieuze precisie achteruit de ruimte indraait – langslopende kerels staan er vaak met aanmatigend veel belangstelling naar te kijken) moeten we de avond op een gegeven moment een halt toeroepen omdat we niet uitgepraat raken over het onderwerp. Gaat dit alleen om onschuldige anekdotes of wordt duidelijk dat de gelijkheidsstrijd daadwerkelijk nog niet is gestreden? Verhalen die langskomen wijzen in de richting van dat laatste, en daar willen we toch zo zoetjes aan eens vanaf.

Want moet je horen. Nienke (43), werkzoekend, vertelde dat ze onlangs nog solliciteerde op een baan die werd toegekend aan een mannelijke mededinger, terwijl zij qua opleiding, ervaring en persoonlijkheid veel beter aansloot op het profiel. Ze was niet assertief genoeg. Ook Annette (62), senior communicatieadviseur, spreekt uit eigen ervaring als ze zegt dat tijdens een sollicitatiegesprek voor een verantwoordelijke functie haar hand werd gepakt onder de zalvende woorden: “we komen er samen wel uit”. En vertelt Jessica (66), kunstenaar, over een voorval tijdens een van haar exposities: een mannelijke atelierhouder greep schaamteloos naar haar borsten. Zij wond zich nog het meest op over het feit dat zij daarna nog beschaafd tegen hem bleef, omdat ze een zakelijk belang hoog te houden had.

Ja, dit gebeurt vandaag de dag nog, en het is tijd dat we dit soort akkefietjes niet langer de arbeidsmarkt laten regeren. Voor een deel hebben we dat zelf in de hand.

Mannenwereld: jagers en verzorgers

Over het volgende zijn we het unaniem eens: werken als vrouw is een kwestie van meedoen in de mannenwereld. Logisch ook, want het werkende leven wordt al sinds jaar en dag gedomineerd en in stand gehouden door mannen. De rituelen, ongeschreven regels en gewoontes waar je je al dan niet bewust aan houdt in het bedrijfsleven, zijn ooit door hen vormgegeven. En waar mannen de spelregels bepalen, zijn het ook mannen die eerder verder komen in het spel.

Hoe kan een vrouw redelijkerwijs succesvol zijn in een mannenwereld? Het korte antwoord is nu: door het spel mee te spelen. Een oneerlijke strijd, want mannen pakken hun werk doorgaans heel anders aan dan vrouwen. Niet voor niets kun je grofweg ‘typische mannelijke en vrouwelijke eigenschappen’ onderscheiden (komen we later nog op terug) die de dynamiek op de werkvloer nog altijd regeren.

Kort door de bocht – en excuses, maar dus erg in karikatuurvorm – zijn mannen vaker de leiders. Ze zijn proactiever, meer resultaatgericht en werken graag naar ‘targets’ toe die hun successen bevestigen én belonen. Misstappen trekken ze zich meestal minder persoonlijk aan dan vrouwen – ze schudden ze zakelijk van zich af en beginnen opnieuw. Vrouwen doen het anders. Ze werken liever samen, bouwen aan relaties, zoeken gemeenschappelijkheid en zijn gevoeliger voor bevestiging, al helemaal als deze uitblijft. Dit maakt dat ze eerder neigen naar de onopvallende begeleidende functies. De rollen die ‘de leiders’ in staat stellen zo goed mogelijk hun werk te kunnen doen.

En precies hier zit ‘m de crux: mannen en vrouwen vervullen weliswaar andere rollen, maar beide zijn onmisbaar in het bereiken van succes. Het is een ‘joint effort’, en ook al begeeft de een zich op het podium en de ander achter de schermen: we kunnen niet zonder elkaar, en dat zal altijd zo blijven. Maar wie doet wat? Zolang het speelveld stoelt op mannelijke principes, voelen vrouwen zich minder geroepen om in de leidersstoel te zitten. Misschien, als we de ouderwetse dynamiek en vooroordelen overboord gooien en mannen én vrouwen gaan staan voor waar ze goed in zijn, niet vanuit geslacht, maar vanuit karakter, trekken we de boel recht.

Oude stigma’s

Maar nu is de werkvloer nog hopeloos ouderwets. Als je kijkt naar hoeveel er is veranderd de afgelopen zestig jaar lopen we met onze voeten diep in de modder achter de feiten aan. Vrouwen zijn mondiger, geleerder en ambitieuzer dan ooit. Kijk maar naar de cijfers.

Vrouwen zijn gaan studeren. En niet zo’n beetje ook: inmiddels is meer dan 50% van alle studenten vrouw. We studeren zelfs af met hogere cijfers[1] dan onze mannelijke medestudenten. Goed nieuws, want daarmee zou je zeggen dat een groter aantal vrouwen kansen heeft op een baan die recht doet aan haar ambities en opleidingsniveau en er dus meer vrouwen zouden opduiken in hogere functies.

Maar zo is het niet. Bereiken vrouwen de leeftijd van eind twintig, begin dertig, dan stagneert deze opmars op de arbeidsmarkt. Slechts 15 procent van alle partners is vrouw. Bij de tien grootste kantoren ligt dit percentage nog lager (12 procent). Van de vrouwen die meer dan tien dienstjaren hebben vervuld, is 1 procent partner, tegen 12 procent mannelijke partners in dezelfde situatie[2]. Anders gezegd: van het rooskleurige beeld in de studiebanken zie je in topfuncties (nog) niets terug.

De oplettende lezer merkt op dat het hier precies om de jaren gaat waarin de meeste vrouwen tegenwoordig kinderen krijgen. Dit zie je direct terug in een lager loon en minder baanzekerheid, terwijl mannen er met de cruciale ervaringsjaren vandoor gaan. Die achterstand halen de meeste vrouwen niet meer in.

Dit gold ook voor Nannette (56), kunstenaar en voormalig ICT-medewerker. “Toen ik een kind kreeg en vooral toen hij een stoornis in het autistisch spectrum bleek te hebben, verdween de vader compleet uit beeld. Ik had een goede baan in de ICT, een fijn ritme, was financieel onafhankelijk. Om voor mijn zoon te zorgen moest ik alles omgooien. Ik deed dat natuurlijk voor mijn kind. Nooit heb ik hier spijt van gehad, daar niet van – mijn zoon is het allerbelangrijkste in mijn leven. Maar op de maatschappelijke ladder ben ik compleet onderaan komen te staan. Nu is hij 22 en heb ik een uitkering en nauwelijks uitzicht op goed betaald werk.”

Baarmoeder de boosdoener

De documentaire Why woman are paid less maakt pijnlijk duidelijk dat de ongelijkheid tussen man en vrouw inderdaad in de basis komt door een ordinair biologisch verschil: het wel of niet hebben van een baarmoeder. Op allerlei subtiele manieren bepaalt dit onze verminderde vaart op de arbeidsmarkt.

Als vrouw wordt er als ongeschreven maatschappelijke regel toch van je verwacht dat jij degene bent die in de jongste jaren van de kinderen minder gaat werken. Dat lijkt ook logisch: de vrouw is vaak de ‘zoger’, de (ver)zorger en meestal ook degene met het meest zorgzame karakter (natuurlijk zijn er ook heel zorgzame mannen, maar laten we de cliché’s niet schuwen). Blijf je wel werken als vrouw, dan doen de meesten dit parttime. Effectief breng je meer tijd door met je kind en geld je vaker als eerste aanspreekpunt. Als je kind ziek is, ben jij de eerste die dat weet. Meestal leg jij ook doktersbezoeken af en neem je thuisblijfdagen voor je rekening. En houd je vervolgens – omdat je toch al thuis bent – ook het huishouden draaiende. Conferenties, werketentjes, netwerkavonden en presentaties buiten werktijd gaan langs je heen. Terwijl de man die al die dingen wél kan doen, de kans krijgt om promotie te maken.

Een simpele oplossing die de gevolgen van dit biologische verschil opheft, is er niet. Maar in Zweden hebben ze een aanpak die vooralsnog lijkt te werken: op het moment dat er een kind geboren wordt krijgen beide ouders, vrouw én man, evenveel verlof. Hoe ze dit indelen bepalen ze zelf. Natuurlijk brengt dit weer andere uitdagingen met zich mee, maar een ding is zeker: werkgevers hebben er geen baat meer bij mannen boven vrouwen te verkiezen op grond van een kinderwens. Beide ouders krijgen evenveel ruimte om in die cruciale dertigersjaren hun ambities te verwezenlijken. Wie wil, die kán. Mooi bijeffect: natuurlijkerwijs zal er meer overleg en samenwerking plaatsvinden in huis en in de zorg voor het kind. Een fifty fifty-verdeling. Wie van de twee het kind heeft gebaard, is voor de arbeidsmarkt niet meer relevant.

‘Sorry dat ik dit kan’

Maar er wringt nog iets. Baarmoeder of niet: een deel van het ongelijkheidsprobleem lijken we zelf in stand te houden. Door gedrag. We spraken eerder al over ‘typische mannelijke en vrouwelijke eigenschappen’. Een kleine greep: autonoom, besluitvaardig, competitief en professioneel versus opofferingsgezind, volgzaam, attent en dienstbaar. Meningen over het belang van al die kwaliteiten daargelaten – in leidinggevende functies gaat de voorkeur meestal uit naar karakters uit de eerste categorie. Ruth, (40) zzp’er/organisator in de culturele sector: “tijdens sollicitaties zijn vrouwen niet macho genoeg. We zijn te lief om succes op te eisen, te onzeker om te bluffen, te meegaand om front row te durven zitten. En sneller geneigd om bescheiden te zijn dan om te verkopen waar we goed in zijn. Werkgevers kiezen vanzelfsprekend sneller voor overtuigingskracht.”   

Sterker nog: zelfs als we iets goed doen of kunnen, voelen we de aandrang dat te bagatelliseren. Over de dikke vette klant die we hebben binnengehaald, de verhoogde omzet dankzij onze inspanningen of het succes waarmee een presentatie werd ontvangen, zijn vrouwen over het algemeen bescheiden. Vervolgens durven we daar ook niet de gepaste beloning voor te vragen. Laura (33), psycholoog en docent criminologie: “de vrouwen die zich zulke prestaties wel toe durven eigenen en dit als basis gebruiken om te onderhandelen over loonsverhoging – zoals je eerder een man zou zien doen – worden vaak als arrogant weggezet. Dan ben je meteen de ‘iron lady’ van bedrijf x, y of z. Wie wil er nu zo bekend staan?”

Dat deze onmacht voor jezelf te durven staan en opkomen ook besloten ligt in ons geslacht en de manier waarop we op basis hiervan zijn opgevoed, zie je terug in de verhelderende documentaire No more boys and girls. Jongens wordt vanaf hun geboorte geleerd om sterk, stoer en zelfstandig/onafhankelijk te zijn, door te pakken en voor zichzelf op te komen. Leiderschapskwaliteiten zitten er daarmee al vanaf dag één in. In de documentaire zie je dan ook dat de jongens al vóór hun zesde president of CEO willen worden – misschien wel net als hun vader.

Voor de meisjes geldt het omgekeerde. Er wordt zachtaardig met ze omgegaan, gemoedelijk, veilig, de basis voor de verzorgende en voorzichtige rol wordt al vanaf het begin ingegoten. Ze leren verstandig te zijn, goed op zichzelf te passen en vooral niet te opvallend te zijn, ‘want dan val je op’. De meisjes geven niet voor niets aan verpleegkundige, huisvrouw of dierenverzorger te willen worden. Niks mis overigens met die beroepen. Maar vrouwelijke leiders in de dop zijn het waarschijnlijk niet.

Oftewel: dames, het is tijd, hoog tijd om onze eigen regels te gaan schrijven. Om op onze eigen manier ambitieus te zijn op de werkvloer, passende rollen te pakken en naar rato te worden beloond. En beoordeeld te worden op capaciteiten en karakter, niet op geslachtsgerelateerde, niet ter zake doende vooroordelen.

Laten we vooral niet denken en ons meer gaan gedragen als mannen. Maar juist ons hoogsteigen vrouwelijke zelf blijven, met alle kwaliteiten die daarbij horen. Dus wees de progressieve leider die ook voor haar mensen zorgt, de doortastende denker die rekening houdt met onderlinge verschillen of de bescheiden pionier die altijd op de details let.

Onderaan de streep is één ding zeker: zonder elkaar zijn we nergens. Alleen door elkaars talenten optimaal te gebruiken, ontstaat succes. Het is een ‘joint effort’ waarbinnen rollen zijn weggelegd voor mannen én vrouwen. Wie daarbij de leidende rol pakt – jij mag het zeggen: de man, vrouw of simpelweg de meest geschikte?


[1] Bron: Vrouwen in de Wetenschap, VSNU Institutional Research (via E. Mollema, 2009: 50% meer talent, zo scoor je met vrouwen, p. 13)

[2] Bron: (Aan)rechtenstudente, Viola Zanetti (via E. Mollema, 2009: 50% meer talent, zo scoor je met vrouwen, p. 13)


Laat een bericht achter

Je commentaar wordt na goedkeuring geplaatst.